Hoe zeewater verandert in drinkwater. Op bezoek bij de ontziltingsfabriek van Carboneras (Cabo de Gata)

  • 43
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    43
    Gedeeld

Walter mag het water uit de ontziltingsinstallatie proberen.
Walter (rechts) mag van Tomás het water uit de ontziltingsinstallatie proberen. Foto’s Janine Stougie.

Tomás Valdecantos Villa heeft enkele doorzichtige, plastic drinkbekertjes in de hand. Het ziet er wat raar uit. Een grote man met veiligheidshelm, op een reusachtig fabrieksterrein met drinkbekertjes. Ik zie er nog gekker uit met mijn blauwe helm op mijn hoofd. Bij een hele brede, stalen pijpleiding van vele meters lang, draait Tomas aan het kraantje van de buis.

Helder water stroomt in het bekertje. Terwijl Janine foto´s van ons neemt, geeft Tomás het bekertje aan mij. Ik moet het water proeven. Ook Tomás neemt een slok. “En, smaakt het?”, vraagt hij. Het water smaakt uitstekend. Zacht zelfs. Het chloor dat ze op de fabriek hebben toegevoegd, proef je niet. 

De groene tanks waar het zeewater de eerste keer wordt gefilterd.
De groene tanks waar het zeewater de eerste keer wordt gefilterd.

De op een na grootste ontziltingsfabriek van het land

Water uit de fabriek? Niet afkomstig van de rivier? Wie naar de ruim honderd meter lange betonnen kolos kijkt, omgeven door tientallen groene tanks, ziet een Spaans fenomeen. In het voormalige Spaanse vissersplaatsje Carboneras staat een grote ontziltingsfabriek, de op een na grootste van het land. Alleen de ontziltingsinstallatie in Alicante is dubbel zo groot. Van zeewater wordt zoet water gemaakt.

Hij ziet mijn aarzeling om het enorme getal op te schrijven…

120 miljoen liter water per dag

“We draaien 24 uur per dag, op een paar onderhoudsdagen na, het hele jaar door. Per dag komt hier zo´n 120.000 kubieke meter uit de kraan”, zegt Tomás. Hij ziet mijn aarzeling om het enorme getal op te schrijven, want mijn Spaans hapert bij deze enorme getallen.

Tomás helpt me een handje met de Spaanse cijfers.
Tomás helpt me een handje met de Spaanse cijfers.

Gedienstig pakt hij mijn pen en schrijft het getal op mijn notitieblok. “Tegen de kinderen zeggen we dat we dagelijks 120 miljoen liter water maken, want die kubieke meters zegt ze niet zo veel”, legt de voorlichter uit. Ik zeg niks, maar stiekem ben ik ook blij met zijn kindertaal.  

Advertentie: e-reisgids Costa de la Luz Noord (Apple)
Prijs 15,99 euro, 294 pagina’s, 425 foto’s en 48 kaarten. Meer info? Klik hier. Interesse?  Ga dan naar: Apple Book Store 

Zeewater wordt hier middels een anderhalve kilometer lange en twee meter brede leiding opgeslurpt om uiteindelijk als zoet water uit de kraan te komen. Wie in Carboneras, of in de naburige stadjes Mojácar en Aqua Amarga uit de kraan drinkt, krijgt water uit de enorme fabriek van Tomás. Bij de fabriek ligt een 120 kilometer lang pijpleidingssysteem dat diep de provincie in gaat.

Zo'n brede buis ligt in de zee om het water op te zuigen. Ik pas er in.
Zo’n brede buis ligt in de zee om het water op te zuigen. Ik pas er in.

Water in een semiwoestijn

Het land heeft de fabrieken nodig, want sommige streken, zeker die aan de oost-Spaanse kust, krijgen nauwelijks regen. Of de regenval is erg onregelmatig. Carboneras ligt tegen het natuurpark Cabo de Gata aan. Het is er extreem droog. Het park is een semiwoestijn. De omliggende bergen houden bijna alle regenwolken tegen. Jaarlijks valt hier 100 tot 200 millimeter regen, ongeveer eenvijfde wat in Nederland gebruikelijk is. Het land oogt dor, zeker in een bloedhete zomer. 

Enorme vraag door toeristen en tomatenkwekers

En om het nog erger te maken. De vraag naar het doorzichtige vocht is enorm. De toeristen willen douchen. Aan de andere kant van het park liggen ook nog de plastic kassen, waar een groot deel van de door Nederland geïmporteerde tomaten en paprika´s vandaan komen. Tot nu toe wordt massaal de ondergrondse watervoorraad afgetapt, maar de voorraad daalt snel. Te snel.

Maar het grondwater raakt op.Tomás
Janine en Tomás in de catacomben.
Janine en Tomás in de catacomben.

Tomás: “Veel mensen snappen het nog niet. Vooral de ouderen niet. Die halen het water zoals altijd uit de grond. Maar het grondwater raakt op. Het moet op een andere manier. De jongeren hebben het gelukkig door dat het zo niet meer werkt.” 

Water te duur?

De fabriek biedt het water ook aan de telers aan, hoewel die soms het water uit de ontziltingsfabriek te duur vinden. “Te duur”, verzucht Tomás. In zijn ogen is dat onzin, want zijn fabriek van de firma Acuamed (Engelstalige website) is staatseigendom. “We hoeven geen winst te maken. De kosten dekken is al goed genoeg”, zegt hij.

Dat geldt eigenlijk ook voor de andere 11 fabrieken die Spanje heeft. De grote kassen kunnen met het ontzoute water heel goed werken, denkt hij. Voor de boeren met bijvoorbeeld olijfbomen is het wel te duur. De opbrengst staat niet in verhouding tot de kosten die moeten worden gemaakt.

De controlekamer van een ruimteschip

De ontziltingsfabriek kostte toen het gebouwd werd met steun van de Europese Unie een aardig sommetje. Maar liefst 130 miljoen euro werd er geïnvesteerd. Wie met Tomás door het complex loopt ziet honderden buizen lopen. Een speciale controlekamer die niet zou misstaan in het ruimteschip Enterprise van de tv-serie Star Trek is gevuld met computers en monitors.

De controlekamer van de zoetwaterfabriek.
De controlekamer van de zoetwaterfabriek.

Tomas wijst naar een  matglazen wand waar allerlei lampjes aan en uit gaan. “Kijk, deze drie computers houden de gehele fabriek gaande. Alles werkt hier automatisch. De mensen – in de fabriek werken 21 mensen – in de controlekamer houden slechts toezicht.” De enorme ramen van de op de 1e verdieping gelegen controleruimte houden het lawaai tegen.

De hoge catacomben

De ontziltingsinstallatie is een enorm complex. In de hoge ondergrondse kelder in de buurt van de zee komt het zeewater binnen. Enorme pompen slurpen het water met donderend geweld op. Als we in de hoge catacomben ronddwalen is het er warm door het hoge energiegebruik van de pompen.

Heel veel zeewater wordt in de kelder bewaard.
Heel veel zeewater wordt in de kelder bewaard.
Het zeewater wordt in de kelder door enorme kanalen geleid.
Het zeewater wordt in de kelder door enorme kanalen geleid.

Het water wordt eerst in de groene opslagtanks die tegen het hoofdgebouw aanliggen opgeslagen. In die groene bakken zit heel fijn zand waarmee het zeewater voor het eerst gefilterd wordt. Daarna wordt het met hoge druk door de buizen binnen de fabriek geperst. 

Kleine gaatjes

De buizen zijn op hun beurt weer gevuld met speciale filters, die met hun microscopisch kleine gaatjes van zout water zoet water maken. Van 100 liter zeewater wordt zo´n 45 liter drinkwater gemaakt. Tomás laat zo´n filter, ook wel membraan genoemd,  zien: “Deze ene meter filter kost ongeveer 400 euro. We hebben er hier zo´n 12.000 van. De eerste fabrieken werden al in de jaren zestig gebouwd. “We zijn voorlopers bij de ontzilting”, claimt hij. 

Onze lekenogen

De filter oogt in onze lekenogen simpel. Het geheel is een dikke pijp. Daarbinnen loopt een kleinere buis. Om die kleinere buis zijn honderden plasticachtige vellen gedrapeerd met kleine gaatjes. Een pomp perst het water door die filters, waarna er via de kleine binnenbuis drinkbaar water uit komt. Een sterk staaltje techniek. Janine en ik zijn onder de indruk.

Een haakje heeft de fabriek wel. De omzetting vreet energie (ruim 40 megawatt). Een complete stad met zo’n 40.000 inwoners zou er op kunnen draaien. 

Dé enorme ontziltingsfabriek met op de voorgrond een maquette.
Dé enorme ontziltingsfabriek met op de voorgrond een maquette.

De stroom wordt nu geleverd door de ernaast gelegen kolencentrale van Carboneras, maar om de kosten te drukken wordt druk gestudeerd op het energiezuinig maken van de ontziltingsinstallatie middels groene energie. Dat verlaagt de kosten en helpt de bestrijding van de klimaatverandering een beetje.

Want Spanje merkt net als Nederland de gevolgen al behoorlijk. De zomers zijn gemiddeld al vier weken langer geworden. Dat betekent nog minder regen en meer droogte. Tomás en zijn werknemers krijgen het er nog druk. 

De camperplek El Rancho die op loopafstand (20 minuten) van Carboneras ligt. De havenplaats heeft natuurlijk ook hotels en pensions. De prijzen zijn niet al te hoog.
De camperplek El Rancho (NKC 47766) ligt op loopafstand (20 minuten) van Carboneras. De havenplaats heeft natuurlijk ook hotels en pensions. De prijzen zijn buiten het vakantieseizoen niet al te hoog.

Bezoeken?

Nee, dat zal helaas niet gaan tenzij je een schoolklas begeleidt, of journalist bent. We stuurden een mail (adres stond op hun website) voor het maken van een afspraak. Dat lukte makkelijk. AcuaMed vindt publieksvoorlichting namelijk belangrijk. Maar of je een Engelstalige gids krijgt, is de vraag. Wij hadden die niet.


  • 43
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    43
    Gedeeld

Gepubliceerd door

CamperSmuikje

Over een lief campertje genaamd Smuikje dat met Walter Devenijns en Janine Stougie rondreist, terwijl de baasjes e-books maken, reisverhalen schrijven & genieten.