Bilbao is veel meer dan Guggenheim

  • 80
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    80
    Gedeeld

De stad biedt meer dan alleen Guggenheim. Vanaf het centrale plein Plaza de Don Federico Moyúa zie je de prachtige wolkenkrabber van Iberdrola.
De stad biedt meer dan alleen Guggenheim. Vanaf het centrale plein Plaza de Don Federico Moyúa zie je de prachtige wolkenkrabber van Iberdrola.

“Toch wel naar Guggenheim geweest?”. Deze vraag dook op nadat we een paar foto’s van de Baskische havenstad Bilbao op de sociale media hadden geplaatst. Helaas, we moesten deze lezer teleurstellen. We waren al jaren geleden naar het prestigieuze museum geweest. Eén keer was genoeg.

Het gebouw is een beauty, echt een aanwinst voor een stad die na de neergang van de scheepswerven en staalindustrie in de jaren tachtig het erg moeilijk heeft gehad. De collectie? Misschien is dat nu veranderd, maar echt onder de indruk waren we er toen niet van. Veel roest op de begane grond. Maar goed, smaken verschillen.

Bilbao is veel meer dan Guggenheim. Het heeft een prachtig oude stad, een funiculaire naar de heuvels boven de stad (Funicular de Artxanda), een prachtige wandelroute over diezelfde mooie heuvels, een zweefbrug à la Eiffel in de wijk Portugalete (Vizcayabrug), de ontspannen ‘jamwijk’ Getxo met strand, de Mercado de la Ribera en sinds enkele jaren de Iberdrola-toren van 165 meter hoog. 

Interieur café bar Bilbao.
Interieur café bar Bilbao.
De bar van de voetbalploeg Athletic de Bilbao.
De bar van de voetbalploeg Athletic de Bilbao.

We komen al jaren in de stad, waarbij onze eerste kennismaking met Bilbao de oude wijk was, Casco Vieja. Waarom? Heel simpel. We overnachtten in een pension dat aan de rand van deze wijk lag. In het centrum rond Plaza Mayor, in Bilbao Plaza Nueva geheten, kun je heerlijk uitgaan. Onze favoriet is Café Bar Bilbao. In de zijstraten vind je ook nog het restaurant voor de fans van de Baskisch voetbalploeg Athletic de Bilbao, een ploeg die alleen met in Baskenland geboren spelers voetbalt.

Hoe groter de hoeveelheid mayonaise, hoe slechter de kwaliteit

Als je een Nederlands link wilt zien: Bar Rotterdam met oude foto’s van de Rotterdamse collega-havenstad. De eigenaar, die jaren in Nederland heeft gewoond, brengt daarmee een eerbetoon aan de stad die hem ook na aan ‘t hart ligt. Met name in de jaren zestig kwamen veel Spaanse gastarbeiders naar Nederland. Een deel keerden later terug naar de thuisbasis.

Wat vinden onze lezers van de reisgidsen?

Wat vinden onze lezers van de e-reisgidsen? Op onze speciale e-boekpagina kun je hun recensies lezen & een selectie van onze digitale uitgaven vinden. Veel plezier.

Mayonaise

In de chaotisch ogende oude wijk stikt van de cafés en restaurants. De tapas, hier pinchos of op z’n Baskisch pintxos geheten, zijn in orde, maar vergeleken bij die van collegastad San Sebastian (Donostia) meestal iets eenvoudiger, maar ook goedkoper. Onze ervaring bij het kiezen van de pinchos: hoe groter de hoeveelheid mayonaise, hoe slechter de kwaliteit.

Onze wandelroute door Bilbao. (Basiskaart OpenStreetMap)
Onze wandelroute door Bilbao. (Basiskaart OpenStreetMap)

Dit keer benaderden we de stad vanaf de andere, westelijke kant en we willen jullie daarbij meenemen om te laten zien dat deze route vanaf de camperplek Kobetamendia ook heel leuk is. En ja, we doen daarbij Guggenheim niet aan, want die heeft iedereen waarschijnlijk al gezien 😉 . 

Traplopen in Altamira.
Traplopen in Altamira.

Je kunt bus nummer 58 nemen als je naar de stad gaat, maar wij gingen wandelen. Dat is volgens ons de beste manier om een stad te verkennen. Je ziet en hoort veel. Je ziet de kleine barretjes in de wijk Altamira (1) onderaan de camperplek, waar vooral Spaans wordt gesproken. Ergens wel raar, want Bilbao is een Baskische stad en Baskenland heeft een eigen taal. 

Identiteit

Om die identiteit van Baskenland is in de tijd van de Spaanse dictator Franco stevig gevochten. De taal én cultuur werden toen onderdrukt. Nu Spanje, na de dood van Franco in 1975, leeft de taal met steun van de lokale regering op. Veel Basken willen onafhankelijk worden van Spanje, maar, en dat is de andere kant van het verhaal, veel Basken ook weer niet. Een deel van de inwoners komt immers uit de Spaanse binnenlanden en heeft geen binding met de Baskische identiteit. In de jaren zestig en zeventig emigreerden veel arme Spanjaarden naar het rijke, industriële Baskenland.

Een typische krantenkiosk.
Een typische krantenkiosk.

Een oudere krantenverkoopster maakte tijdens onze wandeling duidelijk dat voor haar de belangrijkste taal nog steeds Spaans is. Baskisch spreken kon ze niet, op een paar woorden na. Dat is een moeilijke taal, zei ze terwijl ze ons een Spaanstalige, lokale krant verkocht. “De meeste regionale kranten zijn Baskisch, want dat is de taal die de meesten hier spreken. Je hebt ook nog een krant die zowel in het Spaans als in het Baskisch schrijft. De krant El Correo die jullie nu kopen is geheel in het Spaans geschreven.”

Advertentie: e-reisgids Costa de la Luz Noord (Pdf)
De digitale reisgids over het noordelijke gedeelte van de Spaanse Costa de la Luz (Huelva, Islantilla) is nu verkrijgbaar als pdf.
Prijs 15,99 euro, 294 pagina’s, 425 foto’s en 48 kaarten. Meer info? Klik hier.
Interesse? Ga dan naar Boekenbestellen.nl

Terug naar de wandeling

Terug naar de wandeling. Als we de wijk Altamira met zijn Spaanstalige cafés en de tegen regen beschermde waslijnen hebben verlaten, stuiten we op het ziekenhuiscomplex Basurto (Baskisch: Basurtuko, 2). Het is een universitair ziekenhuis, maar het ziet eruit als een museum. Dat kan kloppen, want de 15 gebouwen stammen uit 1908. De opbouw van het complex, die afgekeken is van een ziekenhuis uit Hamburg, is bijzonder. De paviljoens hebben schuine daken met een kleurrijk motiefje, waardoor het terrein meer als een ontspanningsoord oogt dan als een hospital. 

Het regent erg vaak in de stad. Daarom hebben de bewoners een inventief wasrekje bedacht met paraplu.
Het regent erg vaak in de stad. Daarom hebben de bewoners een inventief wasrekje bedacht met paraplu.
De nieuwe woonblokken aan de Gurtubay Kalea.
De nieuwe woonblokken aan de Gurtubay Kalea.

Ook Bilbao heeft een gebrek aan woonruimte en die wens naar meer leefruimte liet drie grote witte woontorens (3) ontstaan, vlak naast het monumentale ziekenhuis. Nummer vier wordt net gebouwd en het zicht over de haven en de stad met al zijn heuvels moet bijzonder zijn. In de buurt ligt het enorme voetbalstadion San Mamés van Athletic, maar die witte klots laten we links liggen en trekken naar het noorden van de stad. Zo mooi is die niet.

Een van de groene longen. Het park Parque Doña Casilda Iturrizar.
Een van de groene longen. Het park Parque Doña Casilda Iturrizar.

Goed voor de gezondheid is ook het sierlijke stadspark Doña Casilda Iturrizar (4) dat zo’n honderd jaar geleden werd opgericht. Het enorme park is vernoemd naar de schenkster Doña Casilda Iturrizar. Het is een typisch product van die tijd met een eendenvijver en een patio met fontein als centrale punten. Aan de rand van het park, of beter gezegd op het terrein van de groene long van de stad, is het museum voor de schone kunsten gebouwd. Naast het park zie je prachtige gebouwen met sierlijke vormen uit het begin van het industriële tijdperk.

Naast het park. Prachtige herenhuizen.
Naast het park. Prachtige herenhuizen.
De gedenksteen, vlakbij de eendenvijver.
De gedenksteen, vlakbij de eendenvijver.

In het park staat een bescheiden herdenkingssteen (5) uit 2005 die de slachtoffers van de terreur herdenkt. De terreur is de term voor de strijd tussen de toenmalige terreurbeweging ETA en de Spaanse staat. Volgens sommige Basken was het geen terreur- maar een verzetsbeweging. In die donkere jaren (1960-1990) zijn zo’n achthonderd mensen vermoord. Dat de steen nog steeds overeind staat zegt ook wat over de huidige, vredige tijd.

De terreur duurde uiteindelijk 2010, toen er een wapenstilstand werd afgesloten. Pas in 2018 werden de wapens officieel ingeleverd. 

Heel dichtbij zie je de hoge Iberdrola-toren (6) die sinds 2012 het stadsbeeld van de voormalige staalstad bepaalt. We hebben de 25ste verdieping niet bezocht, maar een rit naar boven om een prachtig zicht te hebben om de ommelanden kost 9 euro.

De Iberdrola-toren aan de rand van park Parque Doña Casilda Iturrizar.
De Iberdrola-toren aan de rand van park Parque Doña Casilda Iturrizar.

Volgens velen is het een mooie wolkenkrabber en met zijn 165 meter is het ook meteen de hoogste van de stad. Mocht je het bekende Guggenheimmuseum bezoeken dan is het een bescheiden wandeling naar de Iberdrola-toren en het park met de eendenvijver. Je krijgt meteen een heel andere kijk op de stad.

De toren, genoemd naar een Spaanse elektriciteitsmaatschappij, is bovendien strategisch geplaatst. De kolos is als een soort driehoek gebouwd. De zuidelijke punt ervan wijst naar het centrale plein van de Gran Via, de belangrijkste winkelstraat van Bilbao.

Het einde of begin van de Gran Via, monumento Al Sagrado Corazón de Jesús.
Het einde of begin van de Gran Via, monumento Al Sagrado Corazón de Jesús.
De stilstaande havenkraan is de grens met het oude industriegebied van Bilbao.
De stilstaande havenkraan is de grens met het oude industriegebied van Bilbao.

Mocht je op prachtige Plaza de Don Federico Moyúa (7) staan dan zie je twee opvallende dingen. De toren die met zijn puntje naar het plein kijkt, terwijl verderop aan de westelijke kant van de Gran Via je tegen het veertig meter hoge bronzen beeld aankijkt van Het heilige hart van Jezus (8). Het beeld stamt uit 1927 en staat eigenlijk aan de rand van het oude, industriële hart van Bilbao. Die grens wordt nog eens benadrukt door een rood geverfde, oude hijskraan (8).

Gran Via

De Gran Via, officieel de Gran Via de Don Díego López de Haro, is een van de belangrijke winkelstraten van Bilbao. Daarbij liepen we tegen het lelijkste gebouw van de stad aan: het warenhuis El Corte Inglés (9).

Een bijzondere oversteek bij een uiterst lelijk warenhuis van El Corte Inglés.
Een bijzondere oversteek bij een uiterst lelijk warenhuis van El Corte Inglés.

De naam kun je vertalen met De Engelse snede, want het was in 1935 nog een kleermakerswinkel in Madrid. Die winkel werd opgekocht en omgebouwd tot een warenhuis. Daarna groeide El Corte Inglés uit tot een miljardenbedrijf.

Het lijkt erop alsof de V&D’s van deze wereld een wedstrijdje hoe-maak-ik-een-lelijk-warenhuis gedaan hebben. Of je nu in Duitsland, Nederland of hier in Bilbao bent, de warenhuizen hebben meestal de vorm van een oerlelijke blokkendoos.

Bijna alle belangrijke steden van Spanje hebben een El Corte Inglés. Deze vrij nieuwe vestiging in Santiago de Compostela heeft gangen van bijna 200 meter lengte.
Bijna alle belangrijke steden van Spanje hebben een El Corte Inglés. Deze vrij nieuwe vestiging in Santiago de Compostela heeft gangen van bijna 200 meter lengte.

Binnen in het warenhuis valt de wanstaltige buitenkant niet meer op en struikel je over het enorme aanbod. Het is ingericht en uitgerust zoals de V&D’s van heel vroeger. Je kan er pannen, parfum, banken, koekjes, wol, muizengif, aluminium luchtroostertjes of spuitbussen kopen. Je bedenkt het en het is er. Opvallend detail: Het mannelijke personeel draagt een grijs pak met stropdas en scherpe vouw in de broek.

Ouderwets gastheerschap

Mocht je houden van ouderwets gastheerschap ga dan eens naar het restaurant van El Corte Inglés, Hier geen zelfbediening, maar een keurig geklede mevrouw die naar je tafeltje begeleidt. En je de uitgebreide menukaart overhandigt. Waarop bediende nummer twee je bestelling opneemt en bediende nummer drie de drankjes en het eten brengt. Nummer vier incasseert de rekening bij de uitgang. 

Het restaurant van El Corte Inglés ademt ouderwets gastheerschap uit. Opmerkelijk het personeel mag geen fooi aannemen. 'Fooi is tegen het bedrijfsprotocol', aldus de hoofdgastheer.
Het restaurant van El Corte Inglés ademt ouderwets gastheerschap uit. Opmerkelijk het personeel mag geen fooi aannemen. ‘Fooi is tegen het bedrijfsprotocol’, aldus de hoofdgastheer.

Zoveel aandacht voor een gast. Heerlijk. De kwaliteit van het eten in het warenhuis? Die was goed zoals zo vaak in dit mooie land. 

De prijs viel ondanks alle service heel erg mee. Eten en drinken in Spanje is gemiddeld genomen niet zo heel duur. Logisch ook, de lonen in dit land zijn laag. Het minimumsalaris bedraagt officieel 900 euro. Officieel, want het aantal flexwerkers is hier net als in Nederland schrikbarend hoog.

PS: Een tip. Proef eens de heerlijk Pinchos Morenos in café Iruña (10). Dat café is ruim honderd jaar oud. Sindsdien is er niets meer aan het betegelde interieur veranderd. En de man die de pinchos maakt hoort inmiddels ook al meer dan 25 jaar tot het interieur.

Hij is er al meer dan 25 jaar. Elke keer als we in Bilbao zijn gaan we uiteraard bij hem langs.
Hij is er al meer dan 25 jaar. Elke keer als we in Bilbao zijn gaan we uiteraard bij hem langs.
Het mooie interieur van café Iruña.
Het mooie interieur van café Iruña.

Mocht je wat meer over de moderne architectuur van de stad willen weten, neem dan een kijkje op www.bilbaoturismo.net, sectie nueva arquitectura. De teksten zijn er ook in het Engels.

Een ontdekking waar we op weg naar Iruña tegenaan liepen, is het doorzichtige kantoor van de Baskische gezondheidsdienst (11) aan de Alameda Recalde 39. Het was ‘s avonds net een ruimteschip. Het gebouw is ontworpen door een Spaans architect. We hadden haast en honger, waardoor we jammer genoeg vergaten een foto te nemen.


  • 80
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    80
    Gedeeld