Zwolse redder van krantenhistorie: ‘Ik kon het niet aanzien’

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

De inmiddels 60-jarige Bert Huisman voor het Historisch Centrum Overijssel, de plek waar hij zijn reddingswerk onder heeft gebracht
De inmiddels 60-jarige Bert Huisman voor het Historisch Centrum Overijssel, de plek waar hij zijn reddingswerk onder heeft gebracht.

Willem van der Veen legde de meer dan 200 jaar tellende geschiedenis van de Zwolse Courant vast. Een historie die binnenkort in e-bookvorm uitkomt. Bert Huisman, die met zijn alleszeggende citaat “Mijn halve leven ligt daar… en in mijn hart is er voor altijd een plekje voor ‘de krant’…” in het voorwoord van het boek staat, deed eveneens iets belangrijks. Hij deed iets voor iedereen. Iets waar ook niet-boekenlezers van kunnen genieten.

Archief

Bert redde het archief. Toen Tijl nog Tijl was beheerden echte archivarissen de krant. Elke dag werd er keurig een krant in een map gestopt. Voor later. Dat gebeurde ook met de foto’s, illustraties en andere van belang zijnde zaken.

Dit uiterst omvangrijke archief, waar wij als journalisten altijd uitgebreid op leunden, want zonder historie kun je heden en toekomst geen diepgang geven. Dat archief dus, dat verdween uit Zwolle. Naar Apeldoorn. Geregeld vroegen wij ernaar. Maar het enige wat we wisten is dat het nog bestond, maar dat er eigenlijk niemand interesse in had.

Tot Bert Huisman van baan wisselde. De huidige 60-jarige Zwollenaar was in de laatste periode van z’n Tijl-tijd chef abonneeservice, verantwoordelijk voor logistiek, abonnementen-administratie, facturering en debiteurenbeheer. Na de fusie met Wegener werd Bert in Apeldoorn eerst hoofd informatiemanagement, hoofd oplage voor de Stentor en tenslotte manager centraal applicatiebeheer oplagesystemen voor alle uitgeverijen van Wegener.

Goud

Na een periode van ziek zijn besloot Bert dat hij niet langer z’n oude werk wilde doen, maar dat hij wel verder wilde met de rode draad in zijn leven; ‘het beheren van informatie’. Juist op het moment van z’n reïntegratie was het ontsluiten van content in digitale vorm hot.

Aanvankelijk dacht de Raad van Bestuur dat er goud te verdienen was met het vermarkten van informatie. Een rekensom van Bert maakte duidelijk dat voor de 11 miljoen unieke papieren pagina’s die Wegener inmiddels in zijn bezit had een investering van minstens 2 euro per pagina nodig was voordat er überhaupt ooit geld mee te verdienen was. Een brug te ver voor de Raad van Bestuur, maar het was Bert wel duidelijk geworden dat al die pagina’s een rijk bezit vormden, dat niet zomaar mocht verdwijnen.

Een minutieus werk volgde. Alles moest in kaart worden gebracht. Ondertussen reisde Bert stad en land af om te kijken bij wie dit nationaal erfgoed, want dat zijn al die pagina’s met meer dan 200 jaar dagelijks vastgelegde lokale, regionale, nationale, maar ook internationale geschiedenis, ondergebracht kon worden. Zeker nu hij wist dat Wegener er geen enkele belangstelling meer voor had en dat als hij niets deed dit bijzondere bezit verloren zou gaan.
Het is hem gelukt om samen met historische centra als het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle, Coda in Apeldoorn en bijvoorbeeld het Persmuseum in Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heel veel onder te brengen.

Vernietigd

Deze ‘held van de geschiedenis’ meldt dat het niet gelukt is alles te redden. “Helaas is er op het laatst nog best veel vernietigd, maar dat kon niet anders, omdat je in verband met copyright niet wil dat iedereen maar in het bezit kan komen van de collectie. Bovendien waren historische centra wel in de hoofdbladen, maar niet in alle subtitels geïnteresseerd.”

Maar het mag duidelijk zijn: Zwolle en de Zwolse Courant hebben veel aan deze man te danken. Zonder dat hij zich er ooit op vooraan heeft laten staan. Hij deed dit reddingswerk uit een persoonlijke drive en omdat hij op die manier hoopte erfgoed voor de eeuwigheid te behouden.

Het deed hem pijn toen hij zag hoe de historie van zijn krant weg stond te rotten en te verschimmelen. “Vocht had vrij spel en de geschiedenis van mijn krant werd aangevreten door ongedierte. Dat kon ik niet aanzien”, vertelt Bert Huisman, nu nog altijd met veel emotie. “Ja, ik ben geweldig trots op wat ik heb gedaan.”

Jacqueline Hasselt, oud-medewerkster van Tijl en tegenwoordig ambtelijk secretaris bij de Ondernemingsraad van de Persgroep blijkt in het verleden foto's gemaakt te hebben van de leggers die Bert Huisman tien jaar geleden redde. Er waren veel kostbare en unieke stukken bij, zoals kranten van 1831 en 1845.
Jacqueline Hasselt, oud-medewerkster van Tijl en tegenwoordig ambtelijk secretaris bij de Ondernemingsraad van de Persgroep blijkt in het verleden foto’s gemaakt te hebben van de leggers die Bert Huisman tien jaar geleden redde. Er waren veel kostbare en unieke stukken bij, zoals kranten van 1831 en 1845. 

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Gepubliceerd door

CamperSmuikje

Over een lief campertje genaamd Smuikje dat met Walter Devenijns en Janine Stougie rondreist, terwijl de baasjes e-books maken, reisverhalen schrijven & genieten.

Een gedachte over “Zwolse redder van krantenhistorie: ‘Ik kon het niet aanzien’”

  1. Mooi dat het gered is. Uit mijn tijd bij Tijl herinner ik me Hessel Arendshorst nog als archivaris. Ver voordat we van Internet gehoord hadden, een eeuwigheid voor Google, was ons credo: bel Hessel. Je kon het zo gek niet bedenken (en zo krom niet omschrijven): Hessel vond het. En als hij het niet vond, dan wist je heel zeker dat er nog niet over geschreven was….

Reacties zijn gesloten.